Met de „Wanderer über dem Nebelmeer”, ontstaan rond 1818, schiep Caspar David Friedrich een van de bekendste schilderijen van de Duitse romantiek. Een eenzame wandelaar staat op een steile rots en kijkt uit over een zee van nevel, waaruit afzonderlijke bergtoppen oprijzen. De beschouwer neemt de plaats van de figuur van achteren in en beleeft het landschap vanuit diens perspectief. Deze uitzonderlijke compositie maakte het werk tot een icoon in de Europese kunstgeschiedenis.
Caspar David Friedrich beschouwde het landschap niet als louter een natuurweergave. Bergen, nevel en hemel worden tot symbolen voor verlangen, vergankelijkheid en de zoektocht naar de eigen plaats in de wereld.